Artikel, Uitgelicht artikel 27 juli 2021

Kunstmatige intelligentie leert van kinderen

Kunstmatige intelligentie (artificial intelligence, ai) heeft moeite met generaliseren. Haar redeneer- en probleemoplossend vermogen, een belangrijke vorm van intelligentie, is slechts matig ontwikkeld. Wel kan ai vaak veel meer informatie verwerken dan mensen dat kunnen.

Dit stelt Claire Stevenson, universitair docent psychologische methodenleer aan de Universiteit van Amsterdam (UvA). Ze doet onderzoek naar de vraag hoeveel intelligentie er eigenlijk zit in ai. Stevenson kijkt naar algoritmes en in hoeverre die analogieën kunnen oplossen. 

Mensen kunnen beter dan ai een oplossing bedenken voor een nieuw probleem op basis van verbanden met een bekende. Als kinderen weten dat dorst staat tot drinken, begrijpen ze na een tijdje dat bloeden staat tot pleister en niet tot wond of snijden. Door het verband tussen dorst en drinken toe te passen op bloeden komen ze op het juiste antwoord pleister, in plaats van bekende associaties zoals wond of snijden.’

Stevenson deed eerst zulke experimenten met kinderen. Daarna verlegde ze haar aandacht naar cognitieve AI en het nabootsen van intelligentie. AI kan alleen na lange training oplossingen aandragen via abstract redeneren. En dan beperkt deze vorm van intelligentie zich tot het terrein waarop het was getraind. 

Lees het volledige artikel op computable.nl